Zoeken
Sluit dit zoekvak.

DJ Rossi vs. ROSSI.: waarom een ouder merk én een oudere artiestennaam niet genoeg waren in kort geding

De voorzieningenrechter in Amsterdam wees de vorderingen van Nederlandse DJ Rossi tegen de Britse DJ ROSSI. af. Wat leert dit kort geding over handelsnaamrecht, merkregistratie en artiestennamen? In ieder geval dat je een artiestennaam duidelijk moet gebruiken en dat een kort geding klip-en-klaar moet zijn.

Waar ging deze zaak over?

Wie het langst een naam gebruikt, wint. Toch? In de dance-industrie leeft die gedachte hardnekkig, maar het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam van 24 maart 2026 (C/13/782090 / KG ZA 26-46) laat zien hoe genadeloos die aanname kan uitpakken. Een Nederlandse techno-DJ die sinds 1990 optreedt als ‘DJ Rossi’ verloor zijn kort geding tegen de Britse techhouse-DJ ‘ROSSI.’. Het gevolg is in ieder geval dat hij de naam van de Engelsman moet dulden. Daarnaast moet hij een proceskostenveroordeling van in totaal bijna € 29.000 betalen. In dit blog bespreek ik de uitspraak, plaats ik er een aantal kritische kanttekeningen bij en geef ik concrete tips voor artiesten die hun artiestennaam willen beschermen.

De feiten in het kort

Maarten van Driest treedt sinds 1990 op als (DJ) Rossi. In 2003 registreerde hij het Benelux-woordmerk ‘DJ ROSSI’, maar hij verzuimde die registratie te verlengen, waardoor het merk in 2013 verviel. Pas in juni 2022 deponeerde zijn holding Traveltex het merk opnieuw.

Ondertussen was de Britse DJ Ross McCormack onder de naam ‘ROSSI.’ (met punt) actief geworden, in Nederland in ieder geval sinds 2018, met een Amsterdams boekingskantoor (Meanwhile) sinds 2020. Na een sommatie in 2024 en een aanvraag van het EU-merk ‘ROSSI.’ door McCormack in 2025, escaleerde het conflict: McCormack startte een doorhalingsprocedure bij het Benelux merkenbureau wegens depot te kwader trouw, en Van Driest en Traveltex begonnen een kort geding.

De voorzieningenrechter wees alle vorderingen af. De kern van het oordeel:

  1. McCormack heeft oudere handelsnaamrechten dan het merk uit 2022. Uit flyers, contracten, facturen, social media en een eigen merchandisewebsite bleek dat hij de naam ‘ROSSI.’ al vóór de merkregistratie in het economisch verkeer in de Benelux gebruikte. Op grond van artikel 2.23 lid 2 BVIE kan Traveltex hem dat gebruik dan in beginsel niet verbieden.
  2. Of Van Driest zélf nóg oudere handelsnaamrechten heeft, is te onzeker voor een kort geding. McCormack betwistte gemotiveerd dat ‘DJ Rossi’ als handelsnaam is gebruikt: sinds 2009 gemiddeld maar 2 à 3 optredens per jaar, geen KvK-registratie, contracten of facturen op die naam (de facturatie liep via Rossi Modeagenturen B.V.). De rechter vond beide standpunten “goed verdedigbaar” en verwees partijen impliciet naar de bodemprocedure. Of het daarvan komt, moeten we nog zien.
  3. De geldigheid van het merk ligt al bij het Benelux merkenbureau (doorhalingsprocedure wegens kwade trouw), en daar wilde de voorzieningenrechter niet op vooruitlopen. Moeilijke keuze hoor, want als je daarop wacht, heeft dat invloed op de spoedeisendheid in het kort geding, want je hebt dan blijkbaar tijd om te wachten.
  4. Onvoldoende spoedeisend belang: concrete, actuele verwarring en schade waren niet aannemelijk gemaakt.

Het toetsingskader: wanneer is een artiestennaam een handelsnaam?

De rechter herhaalt het bekende kader. Een handelsnaam is volgens artikel 1 Handelsnaamwet de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Voor artiesten geldt volgens de rechtspraak dat sprake moet zijn van regelmatig en duurzaam naar buiten treden onder de naam, waarbij het publiek de artiest als zodanig kent. De rechter verwijst daarbij naar twee klassiekers uit de dance-jurisprudentie:

  • RED/RED (Rechtbank Amsterdam 5 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5027): regelmatig en duurzaam optreden onder de naam en deelname aan het economisch verkeer kan handelsnaamgebruik opleveren.
  • DJ Quintin/Quintino (Rechtbank Rotterdam 2 mei 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BD8857): dat contracten en facturen op de burgerlijke naam van de artiest staan, doet aan handelsnaamgebruik niet af.

Kritische kanttekeningen bij het vonnis

Het vonnis is verdedigbaar als kort-geding-beslissing, maar er valt juridisch wel wat op af te dingen.

1. Een dubbele maat bij het handelsnaamgebruik?
Bij McCormack accepteert de rechter relatief eenvoudig handelsnaamgebruik op basis van flyers, contracten, facturen, socials en een webshop. Bij Van Driest wordt het ontbreken van een KvK-registratie, contracten en facturen op de naam ‘DJ Rossi’ juist als contra-indicatie meegewogen, terwijl de rechter zelf DJ Quintin/Quintino aanhaalt, waaruit volgt dat facturatie op een andere naam níet doorslaggevend hoeft te zijn. Van Driest factureerde via zijn eigen vennootschap Rossi Modeagenturen B.V., waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is. Dat de rechter dit punt vervolgens toch in het nadeel van Van Driest laat meewegen, wringt mogelijk met de eigen geciteerde jurisprudentie.

2. Is landelijk gebruik nog wel “van slechts plaatselijke betekenis”?
Artikel 2.23 lid 2 BVIE beschermt de houder van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis tegen een merkverbod. Maar McCormacks gebruik was volgens het vonnis juist breed: optredens door heel Nederland, releases, landelijke social-mediakanalen en een internationale webshop. Je kunt je serieus afvragen of zulk gebruik nog past binnen een bepaling die is geschreven voor lokaal begrensde rechten. Het vonnis gaat aan die begrenzing vrijwel geruisloos voorbij. Paradoxaal genoeg had een scherpere toets hier in het nadeel van McCormack kúnnen uitpakken, al had hij zijn oudere handelsnaam dan mogelijk via een andere route kunnen inzetten.

3. De doorhalingsprocedure als effectief vertragingswapen.
De rechter weigert vooruit te lopen op de kwade-trouw-procedure bij het Benelux merkenbureau. Begrijpelijk vanuit proceseconomie, maar het strategische gevolg is groot: een gedaagde die tijdig een doorhalingsprocedure start, kan een kort geding op basis van dat merk feitelijk lamleggen. Voor merkhouders is dat een waarschuwing; voor gedaagden een beproefde verdedigingslinie.

4. Het spoedeisend belang was voorzienbaar een probleem.
Van Driest nam al in november 2024 contact op, sommeerde in december 2024, en dagvaardde pas in februari 2026. Wie ruim een jaar wacht, moet in kort geding van goeden huize komen om actuele verwarring en voortdurende schade aannemelijk te maken. Dat dit onderdeel sneuvelde, is geen verrassing.

5. De punt achter ROSSI. bleef onbeslist.
McCormack betoogde dat de punt achter ‘ROSSI.’ het teken voldoende onderscheidt van ‘DJ ROSSI’. De rechter hoefde daar niet aan toe te komen, maar merkenrechtelijk is dat verweer flinterdun: een leesteken neemt auditieve en begripsmatige overeenstemming niet weg. Verwacht niet dat dit argument in een bodemprocedure standhoudt.

6. Wat is precies ‘regelmatig en duurzaam’ gebruik?
Stel dat je gewoon nog niet veel optredens hebt, of niet veel optredens meer hebt. Puur naar de betekenis van de woorden kijkend, is hier wel sprake van regelmatig gebruik, maar niet van veelvuldig gebruik. Als je kijkt naar duurzaam gebruik, dan is de naam wel door de jaren heen gebruikt. Hoe zich dit verhoudt tot ‘incidenteel en sporadisch’ gebruik hangt af van de overige feiten. Daar wordt echt (te?) weinig aandacht aan besteed in deze zaak. Treed je bijvoorbeeld daarnaast ook (en vaker) op onder een andere naam, dan is daar wat voor te zeggen. Anders: discutabel. Maar goed; blijkbaar niet klip-en-klaar genoeg en dus mogelijk terecht afgewezen.

Tips voor artiesten mét een oudere handelsnaam, maar zónder merk

Heb je jouw artiestennaam al jaren in gebruik, maar nooit als merk geregistreerd? Dan sta je niet met lege handen. Handelsnaamrechten ontstaan door gebruik, niet door registratie. Maar, het bewijsrisico ligt volledig bij jou.

  • > Bouw een gebruiksdossier op
    Bewaar flyers, posters, line-ups, boekingscontracten, facturen, releaseovereenkomsten, screenshots van social media en agenda-overzichten (zoals Partyflock). Precies dit dossier redde McCormack in deze zaak.
  • > Treed regelmatig en duurzaam onder de naam naar buiten
    Incidenteel of sporadisch gebruik (2 à 3 optredens per jaar) is volgens deze uitspraak een risico. Continuïteit telt.
  • > Laat de naam terugkomen in het zakelijke verkeer
    Zet je artiestennaam op contracten en facturen, vermeld hem in je KvK-inschrijving (als handelsnaam van je eenmanszaak of B.V.) en gebruik hem op je website. Formeel is dit niet vereist, maar deze uitspraak laat zien dat rechters er in de praktijk wél naar kijken.
  • > Registreer alsnog een merk
    Een handelsnaamrecht is territoriaal en bewijstechnisch kwetsbaar; een Benelux- of EU-merk geeft een registerrecht met een duidelijke datum. Hoe eerder je deponeert, hoe kleiner de kans dat een ander je voor is.
  • > Kom snel in actie bij een conflict
    Wacht niet een jaar na de eerste sommatie. Stilzitten kost je het spoedeisend belang in kort geding en kan zelfs tot rechtsverwerking leiden.
  • > Monitor merkenregisters
    Stel een merkbewaking in op jouw naam, zodat je tijdig oppositie kunt instellen tegen conflicterende aanvragen vóórdat de ander een geregistreerd recht in handen heeft.

Tips voor artiesten mét een merk

  • < Verleng je registratie
    Het vervallen merk uit 2003 is de stille hoofdrolspeler van dit vonnis. Was die registratie verlengd, dan had Van Driest een merkrecht met prioriteit uit 2003 gehad, ruim vóór de opkomst van ROSSI. in de Benelux en had deze zaak er heel anders uitgezien.
  • < Deponeer niet te laat en niet “reactief”
    Wie een merk pas deponeert nadat een concurrent bekendheid heeft opgebouwd, riskeert het verwijt van een depot te kwader trouw. Precies het verweer waarmee McCormack het merk van Traveltex nu bij het Benelux merkenbureau aanvalt.
  • < Onderbouw je spoedeisend belang concreet
    Verzamel actuele voorbeelden van verwarring: verkeerd geadresseerde boekingsaanvragen, verwisselde tags op social media, reacties van fans en promotors. Algemene stellingen over goodwill zijn niet genoeg.
  • < Reken op de proceskosten
    IE-zaken vallen onder artikel 1019h Rv: de verliezer betaalt de werkelijke (geïndiceerde) kosten. In deze zaak: € 16.557 aan McCormack en € 12.497 aan Meanwhile. Een kort geding “om het te proberen” is dus een dure gok.

Conclusie

Deze uitspraak bevestigt een ongemakkelijke waarheid voor de dance-scene: first use geeft geen automatische bescherming, en zelfs een geregistreerd merk is waardeloos als het verloopt of te kwader trouw blijkt gedeponeerd. Wie zijn artiestennaam serieus neemt, combineert consequent en aantoonbaar handelsnaamgebruik met een tijdige merkregistratie en dit recht handhaaft. Misschien het belangrijkste: bezint eer ge begint en maak de zaak klip-en-klaar. Geen bewijs = geen zaak. En voor bewijslevering is in kort geding meer beperkt plek. Aan de andere kant: niets doen is ook geen optie.

De eventuele bodemprocedure (en de doorhalingsprocedure bij het Benelux merkenbureau) zullen uitwijzen wie er uiteindelijk met de naam Rossi vandoor gaat.

Wordt vervolgd.


Vragen over het beschermen van jouw artiestennaam, merkregistratie of een naamconflict? Neem contact op met Sander Petit.

Dit bericht delen:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Reddit
Tumblr
WhatsApp
Email

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

SANDER PETIT LL.M

Contact opnemen met Sander Petit - De Dance-Advocaat
Foto: Wouter Wolfkamp (Nortoir)

RECENTE BERICHTEN

SOCIALS